Invloed huwelijksgoederenregime op nalatenschap

Als twee mensen gaan trouwen zijn er vier manieren om de verdeling van de gezamenlijke goederen bij een eventuele echtscheiding via het huwelijksgoederenrecht vast te leggen, te weten:
1.scheiding van goederen
2.huwelijkse voorwaarden
3. in gemeenschap van goederen
4. in gemeenschap van aanwas (delen der verworvenheden)

Het geheel van deze vier mogelijkheden wordt huwelijksgoederenregime genoemd

De langstlevende echtgenoot is, afhankelijk van de grootte van de groep waar hij deel van uitmaakt, erfgenaam van de erflater voor het breukdeel zoals hieronder vermeld:

  • Indien hij erfgenaam is tezamen met kinderen van de erflater, voor ¼ deel van de nalatenschap.
  • Indien hij erfgenaam is tezamen met de vader en de moeder van de erflater of broers en zussen, voor ½ deel van de nalatenschap.
  • Indien hij erfgenaam is tezamen met de grootouders van de erflater en diens kinderen, voor ¾ deel van de nalatenschap.
  • en indien ook deze er niet zijn, komt de gehele nalatenschap aan de echtgenoot toe (art. 499).

Indien tussen de echtgenoten het wettelijke regime deelname aan de verwervingsgoederen van toepassing is, dan:

  • Iedere echtgenoot of zijn erfgenamen zijn rechthebbende op de helft van de aan de andere echtgenoot toebehorende restwaarde van diens verwervingen. Vorderingen worden verrekend (art. 236). Dus, de langstlevende echtgenoot krijgt de helft van de restwaarde en later (indien hij erfgenaam is tezamen met de kinderen) ¼ deel van de resterende helft. Dus, in totaal ¾ deel.
  • Om de gewende levensstijl te kunnen voortzetten, kan de langstlevende echtgenoot verzoeken het gebruiksrecht of woonrecht op de woning die aan de overleden echtgenoot toebehoorde en die zij gezamenlijk bewoonden, te verkrijgen onder verrekening tegen de aanspraak uit deelneming en indien dat onvoldoende is tegen bijbetaling van een vergoeding (art.240).