Inboedel
Indien partijen gehuwd zijn of waren in enige gemeenschap van goederen wordt de inboedel tussen partijen verdeeld. Wanneer er sprake is van gemeenschappelijke schulden dienen partijen ieder voor de helft voor de aflossing van die schulden zorg te dragen. Denkt een van de partijen dat de ander partij met betrekking tot de verdeling van gemeenschapgoederen tot benadeling van de gemeenschap over zal gaan, dan kan ieder van hen de president van de rechtbank verzoeken hem verlof te verlenen tot verzegeling, boedelbeschrijving en waardering van de goederen der gemeenschap, alsmede tot het leggen van conservatoir beslag op goederen der gemeenschap. Verlof kan al worden verzocht voordat een verzoek tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed is gedaan. Conservatoir beslag is slechts mogelijk, indien gegronde vrees voor verduistering van de goederen der gemeenschap bestaat.
Boedelverdeling en het conflict in rechten
Voor huwelijken die plaats hebben gevonden vòòr de inwerkingtreding van het Haags Huwelijksegoederenverdrag, dat van toepassing is op huwelijken gesloten op of na 1 september 1992, wordt ten aanzien van de verdeling van de inboedel het toepasselijk recht als volgt bepaald. Het toepasselijk recht wordt bepaald aan de hand van het arrest Chelouch / Van Leer. In dit arrest heeft de Hoge Raad ( de allerhoogste rechter in Nederland) bepaalt dat partijen voor de huwelijkssluiting een rechtskeuze ten aanzien van het toepasselijk huwelijksregime hebben bepaald. Aan de hand van die rechtskeuze wordt de verdeling bepaald. Hebben partijen geen rechtskeuze gemaakt dan wordt het huwelijksgoederenregime van partijen beheerst door het recht van het land waarvan partijen ten tijde van de huwelijkssluiting beide de nationaliteit hadden.
Stel partijen zijn vóór 1992 met elkaar in het huwelijk getreden. Zij hebben beiden de Marokkaanse nationaliteit. Partijen hebben voor de sluiting van het huwelijk geen rechtskeuze gemaakt ten aanzien van hoe de verdeling van de inboedel gaat plaatsvinden.
Als het op een echtscheiding aankomt, vraagt de vrouw aan de rechtbank om partijen te veroordelen met elkaar over te gaan tot verdeling van de inboedel ( bijvoorbeeld onroerend goed in Marokko en schulden in Nederland) naar Nederlands recht,dus dat het Nederlandse recht op de inboedelverdeling van toepassing is. Het Nederlandse recht kent indien er geen sprake van afwijkende recht is, gemeenschap van goederen.
De man vraagt de rechter om de verdeling van de inboedel naar Marokkaanse recht te verdelen.
De rechter zal in de onderhavige zaak het toepasselijk recht bepalen door te kijken of partijen voor de huwelijkssluiting een rechtkeuze ten aanzien van het toepasselijk huwelijksgoederen regime hebben gemaakt. In dit voorbeeld hebben partijen geen rechtskeuze gemaakt. Bij gebreke aan en rechtkeuze wordt het huwelijksgoederenregime van partijen beheerst door het recht van het land waarvan partijen ten tijde van de huwelijkssluiting beide de nationaliteit hadden. Marokko dus. Dit brengt mee dat partijen bij hun huwelijkssluiting geen algehele huwelijksgoederengemeenschap is ontstaan. Met andere woorden de verdeling van de inboedel vindt naar Marokkaanse recht plaats. Deze situatie kan nadelig voor de vrouw uitkomen. De vrouw heeft geen recht op de helft van de inboedel. Echter, in de praktijk kan de redelijkheid en billijkheid beginsel door de rechter toegepast worden.