Omgang, informatie en consultatie
De rechter kan op verzoek van een ouder een regeling treffen inzake de omgang tussen deze ouder en het kind. De rechter kan op een aantal wettelijke gronden dit recht op omgang aan de ouder ontzeggen. De wettelijk gronden zijn het volgende. De rechter ontzet het recht op omgang slechts, indien:
- Omgang ernstig nadeel zou opleveren voor de geestelijke of lichamelijke ontwikkeling van het kind; of
- De ouder kennelijk ongeschikt of kennelijk niet in staat moet worden geacht tot omgang; of
- Het kind dat 12 jaar of ouder is, bij zijn verhoor van ernstige bezwaren tegen de omgang met zijn ouder heeft doen blijken; of
- Omgang anderszins in strijd is met zwaarwegende belangen van het kind.
Het recht op informatie en consultatie heeft zich in de rechtspraak ontwikkeld als compensatie ingeval het recht op omgang wordt ontzegd. De ouder, die alleen met het gezag is belast, is gehouden de ander ouder op de hoogte te stellen omtrent gewichtige aangelegenheden met betrekking tot de persoon en het vermogen van het kind. En deze te raadplegen over daaromtrent te nemen beslissingen. Een minderjarige van 12 jaar of ouder heeft een informele toegang tot de rechter om een omgangsregeling te laten vaststellen of te wijzigen.